Blog

Bestemming België

Je hoeft niet ver weg te gaan om avontuur te beleven, mooie dingen te zien of je te verwonderen. Ga maar eens een weekendje weg naar onze zuiderburen en je maakt het allemaal mee.

Het begint met het rijden over de Belgische snelwegen. Avontuur gegarandeerd. Dacht je dat ‘De gevaarlijkste wegen van de wereld’ ver weg zijn? Nee hoor, zodra je de grens over gaat naar België start het avontuur. Het valt ons Nederlanders op dat er geen richting wordt aangegeven bij het wisselen van rijbaan. Dat er nog vaker dan in ons eigen land te hard wordt gereden, dat er onverwachte manoeuvres plaatsvinden, zodat je auto rijdend met 120 km/u bijna aan gort wordt gereden. Zo kan het gebeuren dat je wordt ingehaald en dat die persoon je vervolgens zo afsnijdt dat als je niet geremd had, je geen motorkap en inhoud meer had gehad. Het zijn vaak Indiase toestanden of zelfs toestanden waar ze in India nog van zouden schrikken. Tot zover het Belgische verkeer: wees gewaarschuwd.

Er zijn ook goede dingen waar wij jaloers op kunnen zijn, zoals de campagne “Bedankt om niets, uit het raam te gooien”. De bermen langs de Vlaamse snelwegen zijn beduidend schoner dan in Nederland. Er ligt amper nog plastic afval en goed voorbeeld doet volgen. Dus chapeau voor Vlaanderen op dit gebied!

Dan zijn er natuurlijk mooie steden om te bezoeken. Antwerpen en Brussel zijn wel bekend bij de gemiddelde toerist. Toen ik nog in Antwerpen woonde, hoorde ik op zaterdag vanaf 12 uur de Nederlandse toeristen kakelend door de winkelstraten lopen. Wat zijn wij toch een luidruchtig volkje.

Dan zijn er ook nog prachtige steden zoals Gent met zijn Gentse feesten en terrasjes langs de Leie of Mechelen met de Romboutstoren en de Vismarkt en het Begijnenhof van Kortrijk. Deze pareltjes worden minder frequent bezocht en zijn zeker de moeite waard. Kortrijk heeft alles in de stad perfect bewegwijzerd voor de toerist. Zo kom je vanzelf bij het Begijnenhof en Buda-eiland waar de hipheid van afstraalt. Ik was vorige maand in Ieper om het Flanders Fields museum te bezoeken. De “Grote Oorlog” zoals WO I wordt genoemd is bij ons minder bekend. Op school hebben we hier minimaal over geleerd en in dit museum wordt de oorlog perfect uitgelegd. In de nabijheid van Ieper zijn ook diverse oorlogsbegraafplaatsen te bezoeken. En in Diksmuide vind je nog echte loopgraven met een bezoekerscentrum met uitleg. Dat doen onze buren goed. Kortom, je krijgt een weekend in Vlaanderen goed gevuld en je kunt je verwonderen zoals je dat ook in verre oorden doet en dat zonder lange vliegreis. Wat wil een mens nog meer? Voor tips kun je altijd contact met me opnemen via info@diandrareistenregelt.nl.

Cuba na Castro en Cuba ten tijde van Castro

Het zal niemand verbazen dat ik groot fan ben van de reisdocumentaires van de VPRO. Mijn nieuwe favoriet is Cuba na Castro. Cuba was in 2001 mijn eerste grote reisbestemming buiten Europa. En dat was even wennen. De meeste aspirant reizigers beginnen met het toegankelijkere Azië, maar Cuba ten tijde van Castro met het bijbehorende communisme en armoede was wel de ultieme cultuur shock.

Toentertijd mochten mensen geen eigen bedrijf hebben, maar er waren wel zogenaamde paladars. Particulieren die min of meer stiekem hun eigen restaurant runden. Als er gecontroleerd werd, moesten de lichten uit en zo zat je dan te smikkelen in het donker. Avontuur voor de reiziger. Minder leuk voor de eigenaar.

Was in Cuba iets kapot, dan was het tien jaar later nog steeds kapot. Dat gold voor alles in een hotelkamer, badkamer, in liften en infrastructuur.

Iedereen kent de beelden van het oude vervallen Havana. Een toeristische attractie vanwege dat achterstallig onderhoud. Voor de Cubanen zelf een reden om weg te gaan, zoals presentator Yuri in Cuba na Castro vertelt. Want het deprimeert. Je weet dat het niet beter wordt en dat de overheid het geld verkeerd besteedt. De bevolking wordt arm gehouden, moet eten kopen via een bonnen systeem en kan zo net in zijn eerste levensonderhoud voorzien. En niet meer dan dat. Alle toeristen weten dat ze hotelzeepjes, shampoo en kleding van thuis kunnen uitdelen aan de mensen. Iets waar ze toen reuze blij mee waren. Wellicht nog steeds.

In vergelijking met Oost-Europa vóór 1989, waar ik als kind ook ben geweest, was Cuba een salsa communistische staat. Overal wordt muziek gemaakt, swingt de salsa de pan uit en spelen er orkestjes a la Buena Vista Social Club. Dat maakt de ellende iets minder erg, iets minder zwaar.

Maar daaronder zat een laag van ellende en onderdrukking. In Havana sprak ik een pianoleraar, zijn vader was de nieuwslezer van het Cubaanse journaal. Hij zei: “ There are two liars in this country. Fidel Castro and my dad who tells Fidel’s lies.”

Fidel is niet meer en zijn broer Raúl is president af. Ik heb nog naar Fidel’s speeches gekeken op de Cubaanse tv die doorspekt waren met woorden als popularidad en solidaridad. Van de pianoleraar kreeg ik de Cubaanse krant mee, de Granma. De spreekbuis van de communistische partij. Thuis heb ik enkele artikelen laten vertalen en het buitenlandse nieuws klopte grotendeels, maar over Fidel niets dan goeds. Kritiek uiten op het politieke systeem was not done.

Ik ga met gemengde gevoelens verder kijken naar Cuba na Castro. Omdat het land me destijds heeft geraakt, omdat ik zie dat er na 18 jaar nog bitter weinig ten goede is veranderd en omdat het ook mooie herinneringen oproept aan mijn eerste verre reis.

Om in de Cubaanse sferen te blijven, is mijn favoriete Zumba liedje La Gozadera van Gente de Zona. Zij hebben het gemaakt in dat communistische Cuba en zijn ver boven het socialisme van Castro uitgestegen. Chapeau!

25 miljoen mensen, op een heel klein stukje aarde

De Kumbh Mela is op het moment van schrijven aan zijn laatste dag bezig. Het grootste festival ter wereld. En dan bedoel ik echt groot. Er zijn al vaker doden gevallen, omdat mensen elkaar in de drukte vertrappen. Een gemiddeld popfestival is er niks bij. Pinkpop en Lowlands zijn lachertjes. Als je de Kumbh Mela kunt organiseren, dan kun je alles aan. Er komen meer dan 100 miljoen mensen naar toe en voor die pelgrims zijn tentenkampen, toiletten, eten, afvalvoorziening, politieposten en pinautomaten voorzien. En dat op een gebied van 8 km langs de Ganges en 4 km in de breedte.

Elke drie jaar wordt er een Kumbh gehouden in één van de vier heilige plaatsen in India. Dat zijn Ujjain, Haridwar, Nasik en Allahabad. Hindoes nemen dan een bad in de heilige rivier en wassen op deze manier hun zonden weg. De datum wordt bepaald aan de hand van de stand van de zon en de maan. Ik was in Allahabad en de reis was zo gepland dat we op de belangrijkste baddag van de sadhoe’s en goeroes erbij waren. De Kumbh duurt zes weken in totaal en heeft dit jaar 120 miljoen pelgrim verwelkomd, waarvan er 25 miljoen aanwezig waren op DE baddag, 4 februari. Het was dringen geblazen. Dat kan ik je verzekeren.

Als je wat rondloopt over de Kumbh kom je ogen, oren en een neus tekort. Alle 5000 aanwezige goeroes hebben hier een tentenkamp opgeslagen voor henzelf en hun volgelingen. Deze heten Akhara’s en zijn ware kunstwerken. Als je hier naar binnen gaat, wordt je neus geprikkeld door de hasj-geur, want de volgelingen en sadhoe’s roken dat het een lieve lust is. Iedereen is zo stoned als een garnaal. Sadhoe’s zijn asceten, die verlicht zijn en dit bewijzen door bijvoorbeeld de hele dag op 1 been te staan, of 1 arm in de lucht te houden, of zwaarden/messen rondom hun piemels te binden. “Waarom?” denk je dan. Je kunt hier uren rondlopen en deze freak-show bekijken en je komt niet uitgekeken.

Het is wonderlijk om te zien met hoeveel devotie de pelgrims de Ganges in gaan. Deze heeft de kleur van thee en het zou me verbazen als deze echt zonden wegwast en geen infecties veroorzaakt. Mannen en vrouwen nemen een bad, kopje onder, prevelen een gebed en drogen zich dan af en trekken hun sari’s weer aan. Dit gaat 6 weken zo door.

Op de belangrijkste baddag gaan de 5000 goeroes in optocht naar de Ganges. Hier in Limburg trekt een carnavalsoptocht weleens twee of drie uur, daar meer dan een dag. Elke goeroe zit op een versierde wagen, met zijn volgelingen op de wagen en achter de wagen en deze stoet kent geen einde.De pelgrims willen deze optocht bekijken en zo verzamelen zich 25 miljoen mensen langs de route en aan de Ganges. Het is de ultieme test om te kijken of je tegen drukke menigtes kunt. Ik ben er achter gekomen dat ik dat niet kan. De optocht barstte letterlijk uit zijn voegen en een dranghek kwam mijn kant uit , een naakte sadhoe sprong over me heen en enkele volgelingen idem dito.

Ik keek om me heen en het was zwart van de mensen. Ik was de tel kwijt voor ik bij 25.000.000 was, maar het waren er veel.  Zo’n mensenmassa is niet voor te stellen. Mijn wijze moeder adviseerde me vooraf: “Blijf aan de rand en zorg dat je niet in de menigte staat.” Uhm, er was geen rand.
Zie de link naar de luchtfoto’s om hiervan een idee te krijgen.

Uiteindelijk kwamen we toch uit die mensenzee en ik ben nog nooit zo opgelucht geweest. Weer ruimte om me heen en niet verdrukt worden, gewoon adem kunnen halen. Als reisbestemming heb ik een haat-liefde verhouding met India. De gebouwen zijn prachtig, de mensen heel erg vriendelijk, de geschiedenis is boeiend, het afvalprobleem is onmenselijk en onoplosbaar, het verkeer is dodelijk en je komt niet tot rust door zoveel prikkels. De Kumbh Mela raad ik als vakantiebestemming niet aan. Omdat het gewoon echt gevaarlijk is in die massa. Dat zal vast de reden zijn dat nog geen enkel Nederlands reisprogramma er verslag van heeft gedaan. Zelfs Tom Waes niet. En dat wil wat zeggen.

Luchtfoto’s van de Kumbh Mela 2019 op 4 februari: https://www.news18.com/photogallery/india/most-incredible-aerial-photos-captured-at-kumbh-mela-2019-2024495.html

Kumbh Mela in Allahabad, India: 120 miljoen bezoekers verwacht, waaronder ik.

Zoals ik al in mijn eerdere blogs schreef, is India de topbestemming als het gaat om het bereiken van een euforisch geluksgevoel. Als je gelukkig wordt van reizen, dan word je van reizen naar India echt über gelukkig. Dus ik vertrek deze week weer naar India om heel gelukkig te zijn. Waarschijnlijk hebben me de drie eerdere reizen naar India onbewust zo’n geluksgevoel bezorgd, dat ik steeds opnieuw een reis naar India boek. Soms is het een kwestie van een paar muis kliks en het opgeven van mijn gegevens. En dan heb ik per ongeluk weer een reis naar India geboekt.

Deze reis heeft als thema de Kumbh Mela. Dat is het grootste religieuze festival ter wereld. De hindoes wassen dan hun zonden weg in de rivier de Ganges. Een hele Kumbh Mela wordt 1x in de 12 jaar gehouden en een halve Kumbh Mela wordt 1x in de 6 jaar gehouden. De hele of de halve zegt niks over de grootte van het festival. Want ik ga nu naar Allahabad, waar de halve wordt gehouden en dit wordt grootste Kumbh Mela ooit. Ik vertelde de laatste weken aan geïnteresseerden dat hier zo’n 1 miljoen mensen bij elkaar komen, kan iets meer zijn. Ik vind 1 miljoen festivalgangers in een stad waar minder dan 1 miljoen mensen wonen, al heel wat.

Nu las ik op de BBC website een leuk artikel over feitjes rondom de Kumbh Mela. Er komen de komende 49 dagen 120 miljoen Hindoes naar Allahabad. Laat even 120 miljoen mensen tot je doordringen. Op 4 februari vindt het belangrijkste ritueel plaats en wie is daar bij aanwezig? Ik, zei de gek. Op die dag worden er 30!!!!! miljoen pelgrims verwacht. Dat is bijna twee keer de bevolking van Nederland, in een stad zoals Amsterdam, maar dan compacter. Dat wordt een gezellige boel. Er zijn het afgelopen jaar 300 km extra wegen aangelegd rondom Allahabad. Er zijn 122.000 Boels toiletten, 22.000 afvalcontainers, 30.000 extra politiemensen, 4200 luxe tenten. En dat op 1 km².

Ik ben wat gewend als het om verre reizen gaat. Maar dit wordt wel een dingetje om het zo te zeggen. Ik weet niet of Eric Terpstra, Floortje Dessing en Tom Waes dit al eens hebben mee gemaakt. Anders kan de NPO me inschakelen voor de volgende documentaire reeks. Met als thema de Kumbh Mela in Allahabad. Jullie lezen in mijn volgende blog hoe het is geweest.

Foto en bron: www.bbc.com en Getty Images

Wet van Murphy

Als je iets organiseert, ziet dat er uit alsof het niet veel werk heeft gekost. De badges liggen klaar, de stoelen staan rij aan rij, de garderobe is dichtbij, de koffie en thee is warm en de vlaai is vers. Een kabouter kon het allemaal hebben geregeld. Helaas bestaan die echt niet en moet je alles zelf doen. Het is een kwestie van alles driedubbel checken, goed afspreken, 3 keer bevestigen per mail en telefoon en ook nog het liefst in een echt gesprek en dan verloopt nog niet alles altijd even vlekkeloos. De techniek qua beamers, filmpjes uit Powerpoint presentaties die door moeten linken naar YouTube en dat nooit doen en altijd vastlopen, laat ik even buiten beschouwing.

Zo hadden we eens een bijeenkomst in een mooi hotel-restaurant. Alles stond klaar, de eerste spreker van die ochtend begon. En na een paar minuten ging de stofzuiger aan in de ontbijtzaal. Dat bleek de zaal naast de onze te zijn en de kruimeltjes van de broodjes werden weggezogen. 

In mijn carrière als communicatiemedewerker/adviseur en wat je dan al niet allemaal doet, heb ik menig evenement georganiseerd. En er zijn zo van die dingen die je altijd bij zullen blijven. Misschien ook omdat het gebeurd is, toen ik nog niet zo lang werkzaam was of omdat te absurdistisch was. 

Na te vragen of ze daar even mee konden wachten (de gasten hadden nog niks door) probeerden we ons als organiserend team te ontspannen. Voor even. De glazenwassers waren die dinsdagochtend besteld en gingen als in een Coca Cola Light Break reclame alle ramen wassen. Iedereen afgeleid, lachen, fluisteren met elkaar en wijzen naar de mannen op de ladders . Die helaas niet de looks hadden. Deze zaal had veel ramen, heel veel ramen. 

Na een uur toen ook dat karwei was geklaard, kwam er een vrachtwagen het plein opgereden om een winkel te bevoorraden. Hij reed achteruit. Net niet door dat net gewassen raam. Hilariteit alom, een hartverzakking voor ons als organiserend team. Inmiddels werden we melig van de ellende. Onze teamleader vond het ondanks deze dingen perfect georganiseerd en trakteerde op de lunch. Daar bestelde één van ons thee. Wat kan daar nu mis mee gaan? Nou, er zat een rups in de thee! Dit verzin je allemaal niet. We verslikten ons van het lachen.

Diezelfde week werd er een bloemetje bezorgd door de locatie met de oprechte excuses, ook namens de ramenwasser. Dat vergoelijkt veel! En zo hebben we de Wet van Murphy getrotseerd. 

Reizen op tv

Omdat ik niet het hele jaar door op reis kan zijn, qua verlofdagen en beschikbaar budget, moet ik me de rest van het jaar tevreden stellen met diverse tv-programma’s die ook de wereld over reizen.

25 jaar geleden begon het met Veronica goes…America en Asia. Dit was mijn trigger om te gaan reizen en de plekken die ik op tv zag met eigen ogen te gaan bekijken. Later kwam daar Yorin Travel, het huidige 3 op Reis, bij en wilde ik acuut reïncarneren als Floortje Dessing. Floortje reisde de hele wereld over, kwam op de mooiste plekken, werd wel eens enorm ziek, maar overleefde het steeds. Zij werd mijn heldin.

Ik zwijmelde weg bij bestemmingen als Cambodja, Mexico, de Verenigde Staten, het Krugerpark in Zuid-Afrika en ga zo nog maar even door. Toen ik uiteindelijk in 2004 bij de tempels van Ankor Wat in Cambodja stond, was ik dan ook hyper enthousiast. Idem voor Times Square in New York. In 2006 was ik daar voor het eerst en kon niet geloven dat ik, Diandra uit een Limburgs provinciestadje, midden in Manhattan stond. Ik ging een bucket list aanleggen. Eentje die steeds langer wordt. Want hoe meer je reist, hoe meer je wilt zien en hoe meer je letterlijk en figuurlijk je grenzen verlegt. Andere reizigers geven je tips, zo van: “Als je hier van houdt, dan vind je dat ook vast geweldig”. Het algoritme van de reizigers. Zo heeft Floortje inmiddels ook al bijna alle landen bezocht en is het einde van de wereld pas ver genoeg. Op dat punt ben ik nog niet beland.

Inmiddels is het kijken van tv-programma’s al soms het herbeleven van een eigen gemaakte reis. In plaats van het opdoen van ideeën voor nieuwe bestemmingen. Zo ging Erica Terpstra naar West-Canada en Taiwan en herleefde ik mijn reizen nog een keer. Of Joanna Lumley die gebotoxt India doorkruist en mij laat zien wat ik al heb gezien of de komende reis nog ga zien.

Het echte werk zijn de documentaires van de VPRO zoals Langs de oevers van de Yangtze door Ruben Terlau, Toki Doki met Paulien Cornelissen of Sahara van Bram Vermeulen. Journalistiek en reizen gecombineerd, zodat het een prachtig verhaal is over het land en de mensen die er wonen. Een ander reisfenomeen is Reizen Waes. Tom Waes bezoekt landen die Buitenlandse Zaken bestempelt met een negatief reisadvies. Zuid-Sudan, Yemen, Noord-Korea, Mali en wat al niet meer. Tom laat zien dat het best mee valt en dat ook die landen mooie bezienswaardigheden hebben en dat er mensen wonen die zijn zoals jij en ik. Of hij bezoekt landen waarvan men denkt dat het niet de moeite waard is, zoals Uruguay. Dat blijken dan de meest bijzondere pareltjes van onze wereldbol te zijn. Hopelijk leidt dit niet tot massa toerisme. Want daar zijn al deze programma wars van. We willen allemaal gaan waar de ander niet gaat. Die paradox. Deze tv programma’s laten zien wat er zo mooi is aan reizen.  Als ik dan niet zelf weg kan, kom ik de rest van het jaar door via de tv. 

Culinaire wereldreis

Een goede reis is niet goed als er niet lekker gegeten kan worden. Smikkelen en smullen is mijn motto op reis. Wie mij goed kent, weet dat ik naast draaiboeken, things to see lijstjes, ook restaurant lijstjes maak. Het is een sport om op Google Maps en Tripadvisor de beste (vegetarische) restaurants te vinden in landen als Vietnam, India, Canada, Peru of in de stad New York. Een goede voorbereiding is het halve werk. In de tijd dat ik dat nog niet deed, kwam ik nog wel eens bedrogen uit.

Zo had ik me in Mexico verheugd op lekkere wraps en tortilla’s, maar bleek de werkelijkheid anders. Magere smakeloze bonenprutjes, slecht vegetarisch eten en op dag 10 trilde ik letterlijk van de honger. Ik stond op met honger en ik ging naar bed met honger. Op dag 12 kwam de vloek van Montezuma hier nog overheen en was ik zo slap als een vaatdoek met buikkrampen. Dit heeft ruim een week geduurd en toen ik thuis kwam, snakte ik naar lekker eten. Toen beloofde ik mezelf om voorafgaand aan elke reis goed uit te zoeken waar je lekker kunt eten en het niet op het toeval te laten aankomen of nog erger, op andere groepsgenoten.

In Vietnam kan ik je de beste restaurants en koffietentjes aanwijzen. Idem geldt voor Peru, New York en West-Canada. In Zuid-India heb ik de beste brownie met het romigste ijs ooit gegeten. Om niet de rest van de groep in dat hippe art café aan te treffen, trippel ik dan stiekem mijn hotelkamer uit, kijk om me heen of ik niemand zie en sluip langs de receptie door de straat op en loop met een kleine omweg naar mijn Tripadvisor tip, beoordeeld met een 4.8. (ga voor beoordelingen van een 4.5 en hoger en je zit altijd  goed). En zo zit ik dan aan de andere kant van de wereld hip te wezen en te smikkelen op een plek waarvan andere mensen denken dat de lijken en zwervers op straat liggen.

Deze zomer vierde ik mijn 25 jarig vegetariër jubileum in Vancouver en omgeving. In Vancouver is 40% van de jongeren onder de 30 vegan en ik was in de hemel op aarde terecht gekomen. Overal veel aanbod, goede restaurants, veel vegetarische restaurants en porties zo groot dat ik mezelf letterlijk volgepropt heb. Om te compenseren dat het 25 jaar geleden nog wel eens is voorgekomen dat ik een omelet of een kaassoufflé kreeg. Ik voel me dan net Erica in Erica op reis. Erica (Terpstra red.) smikkelt zich in de rondte tijdens haar reizen. Op elke lokale markt eet ze de meest vreemde dingen. Ze proeft en eet alles. Likt haar lippen er bij af en waggelt verder in landen zoals Laos, Brazilië en Taiwan.

Volgende maand mag ik weer heerlijk smikkelen in India, mango lassi’s drinken en mijn buikje rond eten bij buffetten vol met vega gerechten. Verder ben ik natuurlijk ook al begonnen met de culinaire voorbereidingen voor de roadtrip door de VS in de zomer van 2019. In Californië is het nog wel gemakkelijk om gezond en lekker te eten, maar hoe meer je het binnenland in gaat, hoe lastiger het wordt. En om niet elke dag een salade,  een burger of vette taco te eten, ga ik grondig op zoek naar alternatieven. Het is een sport om net die plekken te vinden die hoog worden beoordeeld en dan ook super goed blijken te zijn. Dus op naar culinair India en Verenigde Staten!

Delhi-Belly en andere ongemakken

Helaas word je op verre reizen ook weleens ziek. Van Delhi Belly’s in India tot de Vloek van Montezuma in Mexico. Het komt toch vaak op hetzelfde neer. Diarree. En dan van een soort dat je denkt dat je sluitspier nooit meer werkt.

Door al dat reizen heb ik vaker dokters gezien en bezocht voor mijn reisgenoten of mezelf dan ik ooit in eigen land bezoek.

Bekend, berucht en zeer effectief is de dokter die je onmiddellijk een spuit in de bil geeft. Ik denk dat het een antibioticum is waar de meeste bacteriën voor op de vlucht slaan. Ik heb deze methode nu een paar keer gezien, het is een doeltreffend middel. Je hotelkamer doet dienst als ziekenhuiskamer. Vaak ben je er nog niet zo erg aan toe dat je naar een ziekenhuis moet. De dienstdoende dokter komt langs en tovert altijd een spuit tevoorschijn die hij in je bil prikt. Dan krijg je nog een antibioticum kuurtje mee voor de rest van de week. Hij rommelt dan in plastic zakjes en geeft je enkele pillenstrips mee. Je moet dan onthouden wanneer en hoe vaak je welke pil moet slikken. Dit zou moeten helpen. Vaak is dat ook zo. Soms heb je thuis toch nog last van een rammelende buik. Soms ben je bij thuiskomst 8 kilo afgevallen. Dat geluk heb ik nog nooit mogen ervaren. Ik kom zelfs in India aan. Maar dat even terzijde en is iets voor in een volgende blog.

In Marokko heb ik het ziekenhuis van binnen gezien toen mijn reisgenote ziek werd. Ze was dusdanig uitgedroogd dat ze een nacht aan het infuus moest liggen om suikers, zouten en vocht binnen te krijgen. In het eerste ziekenhuis lag het bloed van de vorige nog op het bed en was de kamergenoot stervende. Daar zijn we zo snel mogelijk weg gegaan met een soort van ambulance en naar een iets beter ziekenhuis gegaan. Ook dit was nog niet perfect. Er liepen kleine beestjes door de wasbak, er liep een kat door de gang, er was geen douche en je moest handdoeken van het hotel meenemen. Als je ziek wordt, probeer dat niet te doen in Marokko is mijn advies.

In India heb ik een dokter bezocht voor een reisgenote met een insectenbeet. Een zeer kundige arts, alles was steriel, ook al was zijn locatie met zicht op zee verder erg pover. Zijn kennis en zorg waren goed. Geen kwaad woord over de Indiase arts en zijn behandelmethode.

Breek je iets, doe dat dan op Bali. Uitstekende zorg, zeer kundige en secure chirurgen en last but not least: prima eten in het ziekenhuis. Zeg maar gerust: op restaurant niveau. Mijn reisgenote had de ellenboog op 2 plekken gebroken, er moesten 2 schroeven in, onder narcose. Er werd hiervoor een 20 minuten durend narcose interview afgenomen door de verpleger. Dat hadden we in Nederland nog nooit meegemaakt. Na de operatie moet je nog 24 uur daar blijven, goed eten, veel eten en nog meer eten om aan te sterken. De keuken kwam drie keer per dag langs met een uitgebreide menukaart en je kon je daar tonnetje rond eten. Druk je op de bel, dan staat er binnen 10 seconden een verpleegster naast je bed. De kans dat je daar plassend in bed ligt, omdat de verpleging te laat komt, is nihil.

Mijn niet wetenschappelijk onderbouwde conclusie is dat je het beste ziek kunt worden in Bali. Uiteraard wel in een particulier ziekenhuis, maar dan zit je ook goed. Uiteraard is voorkomen beter dan genezen. Maar dat hebben we zeker op reis niet altijd in de hand.

Tevaslippers en afritsbroeken

Al zo lang het fenomeen “verre (groeps) reizen” bestaat, kom ik bij de aanbevelingen van de reisorganisaties de volgende zin tegen. ´Wij adviseren u om luchtige katoenen kleding mee te nemen en teva slippers.” Die luchtige katoenen kleding kan ik nog plaatsen als het 38 graden is met een luchtvochtigheid van 95%. Maar die teva-slippers heb ik altijd verdrongen. Er bewust overheen gelezen. Lange tijd ook niet opgezocht hoe die slippers er eigenlijk uitzien. En ze zeker niet gekocht of op mijn inpaklijst gezet (de inpaklijst hoort onder de blog Draaiboeken en actielijsten).

Als je flinke wandelingen maakt over Indiase, Thaise of Indonesisch straten, wandelpaden of onzichtbare paden is het laatste wat je wilt: open schoenen dragen. Sokken aan in combinatie met sneakers of wandelschoenen zou mijn advies zijn. In tempelrijke landen raad ik sowieso de sokken-truc aan. Zodat je bij een tempelbezoek je schoenen uit kunt doen, maar uit hygiënisch oogpunt nog altijd je sokken kunt aanhouden. Al is dat niet overal geoorloofd en heb ik er ook wel eens aan moeten geloven en op therapeutische wijze mijn smetvrees moeten overwinnen bij diverse Aziatische tempels en Indiase Gurdwara’s.

Dan de afritsbroek. Ook die wordt vaak aangeraden door avontuurlijke groepsreisorganisaties. En ook die moest ik destijds Googlen, of hadden we toen nog Alta Vista en Yahoo als zoekmachine? Ik schrok toen ik de afbeeldingen zag. Een broek met een rits net boven de knie. Dat was een broek voor mensen die ’s ochtends geen keuze kunnen maken tussen een korte of lange broek en daarna de hele dag voor schut lopen. Ongeacht of ze hem nu wel of niet afritsen. Zo loop je toch niet over straat in landen waar de vrouwen gekleed gaan in de kleurrijkste gewaden of sari’s? De afritsbroek heb ik dan ook nooit aangeschaft en laat ik voor wat het is.

Ik ben zeker geen reisblogster die in de nieuwste trendy kleding op reis gaat en erbij loopt alsof de modeshow ieder moment kan beginnen. Maar te veel ANWB/Beversport collectie lijkt me zorgwekkend, zelfs op reis. Dus weg met die teva-slippers en gooi de afritsbroek er achter aan. Zoals mijn reisleider Paul zei: “Diandra, vandaag kun je je ballerina’s en tuniekje aan!” Hij snapt mij.

Draaiboeken en Roadbooks

Een beetje uitslapen, starten met een latte en een koffiebroodje, eens kijken wat we die dag gaan doen in New York. Misschien wordt het Brooklyn of slenteren door Lower East Side, of toch een museum. En we zien wel waar we gaan eten, er is altijd wel een leuk restaurantje in zo’n wereldstad, toch?

 

Zo-ga-ik-dus-niet-op-vakantie. (spreek deze zin in je hoofd fel en overtuigend uit). Ik ben van de inmiddels wereldberoemde draaiboeken/roadbooks met hierin per dag wat er gedaan kan worden, openingstijden van musea, restaurantjes voor ontbijt/lunch/diner, altijd met gezonde opties. Reistijden staan er ook in, openbaar vervoer opties indien van toepassing. Zaken waar je per dag nog even aan moet denken. Kortom, alles staat er in.

Dan is er nog een map met 100 insteekhoesjes voor:

  • Vliegtickets en boarding passes
  • autohuurbevestiging
  • ferry bevestiging (indien van toepassing)
  • hotelreserveringen,
  • plattegronden en foto’s van alle hotels
  • plattegronden van restaurants in de buurt van het hotel
  • telefoonnummers van de bank en verzekeringen indien zich een noodgeval aandient zoals bankpas ingeslikt, paspoort kwijt of ziekenhuisbezoek
  • Google Maps routekaartjes voor als de tomtom me in de steek laat en er geen GPS is.

Deze map is uiteraard loodzwaar, maar de informatie over bestemmingen waar ik ben geweest, gooi ik tijdens de reis weg. Want je zou van minder een hernia krijgen.

Dit allemaal doe ik omdat het me niet nóg eens zal gebeuren dat ik tijdens een vakantie twee keer een dag naar Florence ga en dan nog niet het Uffizi museum heb gezien, omdat we twee keer op een maandag gingen. De eerste keer om de stad te zien en wat te shoppen en op de tweede maandag om naar het museum te gaan. Als 18-jarige niet wetende dat maandag DE sluitingsdag is van zowat alle musea wereldwijd. Om dit te voorkomen, maak ik zeer nauwkeurige draaiboeken waarin alle openingstijden staan vermeld en deel ik thuis ook alvast de dagen op een logische manier in. Per wijk, om de reisafstanden te beperken.

Verder houd ik tijdens de reis een dagboek bij, terwijl ik normaal geen dagboektype ben, maar dat maakt het maken van mijn fotoboek een stuk gemakkelijker. En ik noteer wat er op de foto’s staat en gooi slechte, wazige foto’s alvast weg. Door deze manier van werken, was dit keer mijn fotoboek van Canada binnen twee weken af, en geleverd. Dank aan Albelli op deze plek en hopelijk ook andersom van Albelli naar mij, want ze verdienen grof aan me.

Het volgende draaiboek is in wording voor een giga roadtrip naar de Westkust van de VS en alle nationale parken. Wie tips nodig heeft, stuur een berichtje en wie tips voor mij heeft voor de reis naar de VS, stuur ook een berichtje. 🙂